Het was hartje winter. Mijn stage in de thuiszorg was zojuist begonnen, en ik had het buitengebied onder mijn hoede gekregen. Iedere ochtend moest ik in het nog pikkedonker door de open velden. Mijn pedalen schraapte door de sneeuw, ik zag niet waar de sloot lag of de straat. Het was zeker drie kwartier fietsen, een rijbewijs had ik toen nog niet. Ik kwam tijdens die periode regelmatig te laat bij mijn cliënten. Het slechte weer was hier duidelijk schuldig aan, maar de mensen leken het slechts wisselend te begrijpen. Ze zaten me stuk voor stuk ongeduldig vanachter het raam op te wachten als ik aan kwam glijden.

Met de sneeuw nog in mijn broekspijpen, en pijnlijk bevroren handen hielp ik de mensen met hun douchebeurt. Thee sloeg ik af in verband met de aanhoudende tijdsdruk. Wat vond ik het zwaar, die race tegen de klok.

Midden in het centrum van het dorp lag een grote oude boerderij. Deze was waarschijnlijk blijven staan toen alle andere huizen hadden moeten wijken voor nieuwbouw. Toen ik aan kwam fietsen zag ik de ijsbloemen schitteren op het raam. Terwijl ik me een weg richting achterdeur baande (omdat de voordeur zat dichtgevroren) bleek er keurig een pad voor me te zijn vrij geveegd. Binnen leek het alsof de tijd had stil gestaan. Centrale verwarming was er niet aanwezig en de houtkachel was duidelijk nog niet aan. Brrr wat koud! Ik hield mijn jas nog even bij me, en ging op zoek naar de persoon die op mijn lijstje stond. Ondersteunen bij wassen en aankleden las ik terwijl ik door de gigantische woning liep. In de hal blies ik een “goedemorgen” naar boven die werd vergezeld door ijskoude ademwolken. Ik kreeg een vriendelijke “goedemorgen” terug.

Op de rand van zijn bed zat een klein, stevig en zichtbaar vermoeid boertje. In een lange (ooit) witte onderbroek en een oud uitgelubberd hemd zat hij me rustig op te wachten. Voor mijn komst had hij eigenhandig, of beter gezegd eigenwijs, het stoepje schoongeveegd… in slechts zijn ondergoed en een badjas. Dat moet hem zeker een uur, en al zijn energie hebben gekost. Zijn slippers stonden in de hoek, de sneeuw er nog op. De douche werd niet warm helaas. In de stenen schenkkan kon ik “beneden in de keuken warm water halen” zei hij (wat overigens een eeuwigheid duurde voordat het een beetje handwarm wilde worden). Het was naast de douche de enige warmwaterkraan in huis.

Hij hielp zoveel mogelijk mee. Het was duidelijk een man die niet gewend was de dingen uit handen te geven. ”Dees is toch gin weer veur zon meske” zei hij, “heel dat stuk mee de fiets”. Dat ik überhaupt nog was gekomen emotioneerde hem zelfs een beetje. En terwijl hij na de verzorging eigenwijs voor mij wat theewater kookte (want zonder thee kwam ik daar echt de deur niet uit) haalde ik wat hout uit de schuur, stak zijn kachel aan, dekte zijn bed en ruimde wat op. Naast mijn mok met kokend hete thee lag een flinke snee ontbijtkoek met roomboter. En hoewel de temperatuur in huis nog niet veel hoger was geworden sinds mijn komst, durfde ik wel met zekerheid te concluderen dat dit het warmste onthaal was geweest van die dag!

 

2 gedachten over “Een warm onthaal

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s